The Missing Link

-->

De wijze kiezer

Ik zie nu (27  juli) dat ik vergeten ben deze tekst te publiceren – niet slim natuurlijk. Daarom, in uitgesteld relais, mijn wijsheden over de verkiezingen. En achteraf gezien heb ik nog gewonnen ook!

Het is in geen jaren zo’n tamme kiescampagne geweest. De politici die we het meest hebben gezien zijn Di Rupo en Reynders, omdat ze elkaar in Franstalig België zo naar het leven staan. Maar in Vlaanderen? De huidige coalitie is tevreden over elkaar, er zijn niet echt thema’s die blijven hangen, dus als het een beetje meezit doen ze gewoon verder in de huidige samenstelling. Ons land is zelfs zo vooruitstrevend dat we samenvallende verkiezingen organiseren door ze gescheiden te houden: het lijkt belangrijker of de federale regering gewijzigd gaat worden, alhoewel we daar helemaal niet voor gaan stemmen.

Maar goed, ik heb geen zin om als politieke amoebe door het leven te gaan, dus hier even de persoonlijke analyse die mij zondag tot een stem zal brengen.

De belangrijkste vaststelling is dat de kans dat mijn stem doorslaggevend is, zeer klein is. Bij de vorige verkiezingen had de eerste partij die geen zetel meer bemachtigde een paar duizend stemmen te kort in Limburg, dus de kans is verwaarloosbaar klein dat het deze keer net op één stem zou aankomen. Dit betekent niet dat stemmen in z’n geheel zinloos is: als een hele groep het doet is het een nuttige bezigheid, maar voor een individu is het praktisch altijd tijdsverspilling. Om die reden ben ik ook bijzitter: zo kan ik een groep de mogelijkheid geven om te stemmen, om mijn eigen gedrag te compenseren. En omdat Guido ons een feestje gaat geven natuurlijk! (Voor mij past 21 juli niet, maar ik neem aan dat we nog wel een andere datum vinden voor die barbecue?) (Mocht, in tegenstelling tot mijn bewering zonet, het uiteindelijk in Limburg toch op één stem uitkomen, dan zal ik persoonlijk mijn excuses per fiets gaan afleveren bij het getroffen partijsecretariaat. Zou die ene stem zelfs tot een andere coalitie kunnen geleid hebben, zal ik te voet gaan. Zeg nu nog eens dat ik niet betrokken ben.)

Nu deze bevrijdende gedachte op tafel ligt, is ons hoofd vrij voor een nuchtere analyse van ons politieke landschap. Van elke partij zetten we enkele pro’s en contra’s op een rij, om dan uit te komen tot de enige ware keuze die nog openligt.

Over de CD&V kunnen we kort zijn: alhoewel Jo Vandeurzen zeker nog eens kans verdient (en op Vlaams niveau waarschijnlijk meer kan verwezenlijken, als hij zich tenminste in een ander beleidsdomein kan thuisvoelen), kan ik om persoonlijke redenen niet op de tsjeven stemmen: mijn meter zou mij onterven. Is het omdat ze te lang bij de nonnen heeft gezeten? Is het omdat ze De Morgen leest, en dus overal complotten van rechts ziet? Is het omdat ze ooit een lief heeft gehad dat haar in de steek heeft gelaten voor Miet Smet? Het moet alleszins iets pijnlijk zijn geweest. (Het is nog maar de vraag of haar nalatenschap de moeite van de onthouding waard zal zijn, maar we gaan geen risico’s nemen.)

De volgende groep dan, de SP.A. In de grond heb ik niet zoveel tegen de SP.A, maar ik kan moeilijk betogingen gaan organiseren tegen een minister en dan later voor zijn partij gaan stemmen. Enfin, dat kan wel, maar dat verstoort mijn verhaal. Teleurstellender vond ik het dat ze er de afgelopen twee jaren niet echt in geslaagd zijn een samenhangende oppositie te voeren. Alles lag op een schoteltje klaar, maar we verloren zoveel tijd door intern geruzie (en lieten dan nog de ramen openstaan zodat we allemaal konden meeluisteren), dat ze precies geen tijd hadden voor de buitenwereld. (Zou VVS daar de mosterd gehaald hebben?)

Derde in de rij is de Open VLD. Ook hier speelt een erfeniskwestie: die van mijn moeder. Zij zou het mij nooit vergeven (enfin, toch wel, want ik blijf de enige zoon) als ik mijn vader zijn onzinnige hobby steun. Het is ook de partij met vorige keer het minst actieve parlementslid, Hugo Philtjens (“je moet de ministers niet lastig vallen met vragen, ze hebben het al druk genoeg”), en deze keer zijn zoon, Igor, die blijkbaar (volgens goede bronnen, ik heb er geen andere) eigenhandig de maffia in Alken vertegenwoordigt. Op zijn affiche promoot hij zich ook als een versnellingspook, wat mij eerder aan een psychologische compensatie doet denken. Ik hou trouwens meer van automaten.

Groen! dan? Ze kwamen voor mij als eerste partij uit de Stemtest van de VRT en De Standaard, en wie twijfelt er aan zo’n nauwkeurig instrument met 36 vragen waar je eigenlijk alleen “ja, maar…” op wou antwoorden, maar gedwongen werd toch een hartverscheurende keuze te maken? In Limburg hebben ze vorige keer zo hard aan de boom geschud dat het goed materiaal naar de SP.A is gegaan, waardoor ik vrees dat ze nu weer onder de (hoge) kiesdrempel gaan vallen. Ik eet al bijna geen vlees meer en ik schrijf dit op de trein, dus heb ik eigenlijk al genoeg gedaan voor het milieu.

Op de N-VA mag ik ook niet stemmen, want het zou maar eens zo mogen zijn dat ze twee zetels halen in Limburg: dan zijn we Lies Jans kwijt aan het Vlaams Parlement, en ze is blijkbaar te goed als secretaris van het OCMW in Diepenbeek. Jan Peumans mag van mij wel nog regelmatig een minister boven het houtskool hangen, maar ik denk niet dat hij mijn stem nodig heeft om in Brussel te geraken.

Lijst Dedecker? In Limburg is er veel geruzie geweest, omdat de bestuursleden van het eerste uur dikwijls overgelopen kwamen van andere partijen, en bij de samenstelling van de lijsten hun plaatsen zagen ingepikt worden door bekendere nieuwkomers. (Wel erg, als je in de partij van de über-Calimero je nog kleiner dan de anderen voelt.) Lode Vereeck, de UH-prof die op de eerste plaats staat, heeft zo de VLD in de steek gelaten (omdat hij de vorige keer de provincielijst niet mocht trekken?). Mijn vader staat al klaar om naar de notaris te trekken als ik mijn potlood in die richting beweeg, dus daar blijven we ook maar weg.

Moet ik voor Ons Land stemmen, het Vlaams Belang? Goh mannen, ik weet niet of het de xenofobie is, de onmondige partijleden of de simplistische oplossingen, maar er zit ergens iets aan waardoor ik me er ongemakkelijk bij voel. Het is zo een soort onbestemd vaag gevoel, als een lichte hoofdpijn, of braakneigingen, of het ebolavirus. Sorry, ‘t is sterker dan mezelf!

Misschien ben ik wel een Sociaal-Liberaal? Wel, ja, misschien ben ik dat wel, maar je stemt niet alleen voor een programma, maar ook voor een partij die dat kan realiseren. En dan vrees ik dat de SLP net iets teveel politiek gewicht is verloren (lap, slechte mop) om mee te draaien. Al vind ik het wel onnozel dat, door de indeling in kieskringen, een partij die pakweg anderhalf procent van de stemmen kan halen niet anderhalf procent van de zetels in het parlement kan krijgen. Maar dat is iets voor een andere keer.

Hiermee zijn we definitief bij de kleintjes beland. En dat was eigenlijk mijn bedoeling. Omdat één stem nooit veel uithaalt, kan het geen kwaad om eens leuk te doen op zo’n verkiezingsdag. Ik heb bij de vorige verkiezingen geprobeerd om op de kleinst mogelijke partij te stemmen (het moet tenminste een uitdaging blijven). Knack-reporter Stijn Tormans kwam toen als zichzelf op voor de Senaat, en in Limburg hadden we Pluralis, een uitvloeisel van de gemeenteraadsverkiezingen in Houthalen-Helchteren dat tegen, of voor, of achter, ik weet het niet meer, de omleidingsweg was. Zo heb ik voor iemand gestemd die uiteindelijk 42 Limburgers wist te overtuigen. Nog nooit zoveel invloed gehad. Deze keer gaan we het opnieuw proberen.

Maar welke mini-partij dan? Er zijn er een aantal, en allemaal klein-links. Wat toevallig ook de poëtische kant van het politieke landschap is. Iedereen verdeeld in zijn eigen gelijk.

De PDVA+ is me zo eigenlijk te groot geworden. Met hun rode neuzen, hun dokters voor het volk: die mannen nemen het te serieus, en ze zitten al in enkele districtsraden in Antwerpen, dus dat blijft ook zonder mij bestaan. In Limburg komt de helft van de kandidaten trouwens uit Genk, en je weet dat ik daar niemand vertrouw.

Een trapje meer naar links vinden we de LSP, dat zich nog altijd te uniek vindt om met de PVDA+ samen te werken. Ze hebben spijtig genoeg wel de pech dat ik ze al tegengekomen ben, als bondgenoot/kaper van onze betogingen tegen de outputfinanciering een aantal jaren geleden. De wanhoopskreet van Inge (“Kom nu naar hier, die linkse mannen zijn de micro aan het overnemen!”) staat me nog helder voor de geest, dus, spijtig genoeg, geen LSP voor mij.

Maar daar, aan de linkse einder, daagt het einddoel van onze zoektoch op. We kiezen niet meer voor een partij, maar voor een Comité. Een Komitee eigenlijk, want de oprichter van deze beweging is Jef Sleeckx. Dezelfde Jef Sleeckx die meermaals voorkomt in de prachtige boeken van Walter van den Broeck, de voorman van de staking die in Groeten uit Balen wordt beschreven, waar mijn zus nog eens een stuk uit heeft gebracht (ze was de vader van de dochter die “vol zat” na een bezoek van “de vliegende sigaar”. De repetities gingen als volgt: “Nondenondenonde, ze zit vol!” “Neen Martien, het is ‘Godverdegodver, ze zit vol’”. “Ah, excuseer. Godverdegodver…”). Een stem voor CAP is dus niet zomaar een stem voor een herbergierster, of voor een euritmiste, neen, het is een stem voor een groot romanfiguur, een stem voor (en uit) de Kempen zelfs. En wie kan nu tegen de Kempen zijn?

Mijn keuze is dus duidelijk: ik stem voor een Andere Politiek, voor operatoren, (brug)gepensioneerden, arbeiders en onderhoudsmedewerkers. Nu maar hopen dat niemand anders dat doet.

Laat een reactie achter