The Missing Link

-->

Moeder, waarom doden wij?

Het laatste onderdeel van ons examen was een “klassieke” redevoering, zoals in het oude Griekenland en de Romeinse tijd. Het onderwerp was de euthanasie-vraag van Amelie Van Esbeen, rond die tijd in het nieuws. Omdat Annick, mijn “tegenspeelster”, overtuigd voorstander was, heb ik mij ingewerkt in een tegengesteld standpunt. Uiteindelijk sta ik wel achter alles wat ik hier zeg, maar is het dus zeker niet mijn volledige mening overde situatie. Mijn woordkeuze is ook niet altijd neutraal, maar dat is dus bewust gedaan. Achteraf bleek deze tekst (en die van Annick) wel erg lang voor de avond, maar apart gezien vind ik het toch geen slechte tekst.

Dames en heren,

Als we willen weten wat mensen beweegt, is het interessant te weten waar ze voor op straat komen. Maar misschien nog interessanter is te zien waar ze niet voor op straat komen. Welke feiten passeren zonder veel ophef? Enkele weken geleden was er even een opzienbarend voorval, maar het was even snel terug verdrongen in de constante stroom van nog interessantere nieuwtjes.

Het was de doodswens van Amelie Van Esbeen. Een hoofdpuntje in het televisiejournaal, een debatje ‘s avonds laat, enkele opiniestukken in de krant, en het was weer voorbij. Enige tijd later kregen we het bericht dat mevrouw Van Esbeen dan toch een dokter heeft gevonden die bereid was haar te doden, en werd het verhaal afgesloten. We hebben voorbeelden gezien in de Verenigde Staten en Italië waar er wekenlang rumoer was, en politici persoonlijk probeerden in te grijpen. Ik heb geen overtuigde groepen aan de deuren van het rusthuis in Merksem zien staan.

De vragen gingen eerder in de richting waarom het zo moeilijk was om op zo’n simpele vraag een passend antwoord te geven. Geef haar toch een spuitje, geen gezever! Het leek alsof ze door het rusthuis gegijzeld werd aan de kant van het leven: men onthield haar het recht om te sterven!

Dames en heren, ik kom u vertellen waarom de behandelende dokters van mevrouw Van Esbeen toch geen onmensen zijn. Waarom ze hebben gedaan wat ze persoonlijk de juiste beslissing vonden – in de wettelijke en de ethische zin. Waarom een dokter niet altijd moet doen wat een patiënt van hem verwacht.

Want wat als we de situatie omkeren? Kon mevrouw Van Esbeen iemand verplichten om haar te doden? Kon zij, en haar familie, de dokters in een situatie dwingen waar deze niet in willen komen? Kan een dokter een behandeling weigeren? We leven in een vrij land, maar dat geldt in beide richtingen. Als je tot het besluit komt dat je ergens niet goed verzorgd wordt, ben je vrij om naar ergens anders te gaan.

Wat is er eigenlijk gebeurd? Amelie Van Esbeen, geboren onder de Eerste Wereldoorlog, heeft heel haar leven als een fiere vrouw geleefd. Ze heeft het geluk gehad 93 te kunnen worden, maar valt dan ongelukkig in haar appartement. De val doet haar in een rusthuis belanden, en neemt haar veel van haar zelfstandigheid af. Lezen, televisiekijken, handwerkjes maken… ze kan het niet meer. Teneergeslagen door deze plotse terugval, besluit ze dat het leven geen zin meer heeft. Ze vraagt haar behandelende artsen om haar te doden. Deze artsen komen in onderling overleg tot het besluit dat niet aan de voorwaarden van de euthanasiewetgeving is voldaan. Haar aanvraag wordt geweigerd.

Mevrouw Van Esbeen en haar familie gaan niet akkoord met deze beslissing, en ze besluit in hongerstaking te gaan en de media op te zoeken. Plots staat het rusthuis en haar behandelingskeuzes ongewild in het middelpunt van de belangstelling, waardoor een serene afhandeling zeer moeilijk wordt. Een externe dokter moet bemiddelen om de rust te laten weerkeren, en de media trekken zich terug. Tien dagen later wordt een mededeling rondgestuurd dat mevrouw Van Esbeen dan toch een dokter heeft gevonden die op haar vraag inging, en dat ze is overleden.

Ik trap een open deur in als ik zeg dat de geneeskunde de laatste decennia met sprongen vooruit is gegaan. Meer en meer lichamelijke tekortkomingen worden overwonnen. Het menselijk lichaam is steeds eenvoudiger op te lappen, bijna als een routineonderhoud in een garage.

Voor de menselijke geest blijkt dit veel minder het geval. Ook in het begin van het verhaal, bij de geboorte, worden nu kinderen geboren die het vroeger niet gehaald zouden hebben. Voor het eerst moeten we de vraag stellen wanneer een leven voor ons zinvol is.

Het probleem is dat het begrip “zinvol” niet voor iedereen op dezelfde manier gedefinieerd wordt. Zelfs voor één persoon zal tijdens het leven de graadmeter wijzigen. We hebben een onvoorstelbaar aanpassingsvermogen: een situatie die je als gezonde twintigjarige ondraaglijk lijkt, blijkt als je ze zelf beleeft toch nog waardevol te zijn. Toch zijn er meer en meer mensen die het leven niet meer de moeite waard vinden – letterlijk: de voordelen van leven zijn volgens hen niet in verhouding tot de moeite die het kost. Zomaar even uit het leven stappen is echter niet zo simpel: de mens is, net als alle dieren, net geëvolueerd tot een wezen dat een sterke levensdrang heeft. Jezelf doden is niet eenvoudig, maar toch lukt het nog elke dag zeven mensen in België. Nog moeilijker wordt het als je jezelf niet meer kan doden: omdat je de kracht niet meer hebt, er een mentale barriere is, of je gewoon je nabestaanden de soms pijnlijke situatie achteraf wilt besparen. In dit geval gaan we in een medische context naar euthanasie: een dokter kan beslissen dat je een echte doodswens hebt, voorkomend uit een ondraaglijk lijden na een ziekte of een ongeval. Enkel in dat geval mag een dokter wettelijk assistentie verlenen, en je leven beëindigen.

Euthanasie komt niet zo vaak voor. Van de tienduizend tien miljoen inwoners van België zijn er vorig jaar ongeveer 700, of zowat twee per dag, onder medische begeleiding gedood. We moeten dus niet denken dat het voor de meeste artsen iets is waar ze vaak mee geconfronteerd worden. Het is dus zeker geen routinehandeling: het gaat wel degelijk om het actief beëindigen van iemands leven. Je gaat een kamer binnen, en de persoon leeft nog, je gaat de kamer uit, en door jouw handelen leeft de persoon niet meer. Logisch dus dat veel artsen hier toch nog huiverachtig tegenover staan. Euthanasie is dan ook, en mag dan ook nooit, een plicht worden voor een behandelende arts.

Ik heb al gezegd dat het voor een mens moeilijk is om zichzelf te doden. Gelukkig is het ook niet gemakkelijk om iemand anders te doden: we zijn wezens met een geweten, met een schuldbesef dat ons altijd opnieuw zal doen afvragen of we de juiste keuze hebben gemaakt. Artsen zijn dan nog eens jarenlang opgeleid om genezing te brengen, om de dood te vermijden. Zoals het in de Eed van Hippocrates staat: “vooraleerst berokken geen kwaad”. Het is niet omdat de wet wordt aangepast, dat alle artsen in België meteen hiervan zullen gebruik maken.

In het liberale utopia weet elke burger op elk moment wat het beste voor zichzelf is, en zijn er geen externe limieten nodig. In de onvolmaakte realiteit is het echter anders: mensen kunnen tijdelijk ongelukkig – zelfs doodongelukkig – zijn, en geen andere uitweg zien dan de definitieve, maar enige tijd later toch weer positief naar het leven kijken. Het is dan ook een goede zaak dat we buffers voorzien voor als het even niet goed meer gaat, dan we uitwijkmogelijkheden voorzien voor wie even aan de dwingende druk van de buitenwereld wilt ontsnappen.

Vraag het maar aan wie een ongeval heeft gehad: er is een lange, harde periode waarin je je leven terug moet opbouwen, moet leren leven met de nieuwe beperkingen die er zijn, een periode waarin je liever misschien meteen met alles zou stoppen. En toch: velen weten na deze reality check pas echt wat hun leven de moeite waard maakt, en wat overtollige ballast is. Maar goed, zolang iemand in een Rolf Benz-zetel in onze maatschappij als rijker wordt gezien dan iemand die kan genieten van de eerste lentezon op z’n huid, zijn we misschien nog niet waar we moeten zijn.

We kunnen dus niet verwachten dat dokters onfeilbare scherprechters zijn als ze moeten oordelen over de levenskwaliteit van een ander. Ze zullen dus fouten maken, en waarschijnlijk eerder aan de voorzichtige kant blijven. Toch moet dit voor de individuele patiënt met een terechte maar onbegrepen doodswens geen probleem zijn. Je bent immers vrij een andere arts op te zoeken, te blijven zoeken tot je iemand gevonden hebt waar je het gevoel hebt wel begrepen te worden. Het is deze combinatie die ervoor zorgt dat we vrijheid voor beide partijen kunnen garanderen: voor de patiënt die een bepaalde behandeling wilt, en voor de arts die dit met de beste wil van de wereld niet kan opbrengen.

En uiteindelijk bleek er ook geen nood aan het bijsturen van de wetgeving: mevrouw Van Esbeen heeft haar recht uitgeoefend een andere dokter te zoeken, en heeft er een gevonden die wel overtuigd was dat ze aan de wettelijke voorwaarden voldeed. In België zijn er onvermijdelijk nog patiënten in dezelfde situatie, maar zij zoeken de media niet op om een oplossing te vinden. Hun verhalen zullen de leegten van de krantenbladzijden niet snel opvullen.

3 Reacties

  1. “Van de tienduizend inwoners van België zijn er vorig jaar ongeveer 700, of zowat twee per dag, onder medische begeleiding gedood.” Deze zin is wat onduidelijk. Bedoelde je tien miljoen inwoners, of bedoelde je tienduizend overlijdens?

    Ik vond de andere teksten mooier, maar misschien wint mijn oordeel over euthanasie het van de proza. Alhoewel je geen standpunten verdedigt waar ik mij niet in kan vinden. Je hebt binnen de grenzen van een aanvaardbaar ethisch kader de tegenstand verdedigt. Dat lijkt mij niet eenvoudig. Veel mensen zouden teruggrijpen naar de stereotype contra-argumenten.

    Goed gedaan Jan!

    http://www.youtube.com/watch?v=WAO3nowufho&

  2. Jan Fabry zegt:

    Ah, inderdaad, het moet tien miljoen inwoners zijn. Toen ik het uitsprak heb ik me nog verbeterd, maar hier in de geschreven versie moest dat nog gebeuren.

    Het was alleszins een boeiende oefening, om eens een tegengesteld standpunt dan je initiële te verdedigen met argumenten waar je zelf toch achter staat. Op het einde ga ik van niets meer zeker zijn :-)

  3. Rygir zegt:

    “Maar goed, zolang iemand in een Rolf Benz-zetel in onze maatschappij als rijker wordt gezien dan iemand die kan genieten van de eerste lentezon op z’n huid, zijn we misschien nog niet waar we moeten zijn.”
    Toen ik dat las vroeg ik me af of er wel een evolutie was in die richting (dewelke je impliceerde met “NOG niet zijn waar we moeten zijn”). En na enkele minuten dit te overpeinzen kan ik me geen criteria bedenken waaraan “gemiddelde partners” moeten voldoen die een dergelijke herwaardering zouden kunnen bewerkstelligen… slechts één potentieel voordeel dat ik me kan indenken is dat mensen die blij zijn met het leven duidelijk ook gelukkiger in het leven staan, gelukkige mensen zien aantrekkelijker uit (zie voor onderbouwing studies in de reclamewereld), en op die manier maken ze grotere kans geslecteerd te worden, maar of dat genoeg is om op te wegen tegen alles wat financiele voorsprong met zich meebrengt…

    Het zal in ieder geval niet voor de eerste paar eeuwen zijn.

    Meer on topic nu; ik vind dat je schitterende argumenten aanhaalt, maar het is niet echt “contra-euthanasie”. Ik concludeer uit je betoog alleen dat het “nu goed is”, dus veronderstel ik dat je tegenpartij een versoepeling van de wetgeving wou, en daarmee ook dokters wou verplichten tot het uitvoeren van een euthanasie. Ik vraag me af welke argumenten je daarvoor kan aanhalen (“het was een echte rotzak” zal vast hoog scoren). Het blijft in ieder geval een indrukwekkend staaltje schrijfwerk waar ik me nog niet aan zou durven wagen dus moest ik nog verdere kritiek hebben, zou ik deze beter voor mezelf houden.

    En dan ga ik me nu afvragen waarom ik telkens liposuctie wou schrijven ipv euthanasie.

Laat een reactie achter