The Missing Link

-->

Falen om vooruit te komen

Vandaag ben ik in een opwelling naar Barcamp Antwerpen gegaan, en in een nog grotere opwelling heb ik er een sessie gebracht. Samen met Koen Delvaux, omdat ik dacht dat ik geen twintig minuten ging kunnen volpraten, maar uiteindelijk had ik tijd tekort. De tekst kan nog wat schaafwerk gebruiken (en ik heb me er ook niet altijd aan gehouden), maar beter één tekst op de site dan tien in draft – of hoe ging dat spreekwoord ook alweer?

Als kind dacht ik dat de wereld volgens plan verliep. Mijn ouders wisten altijd wat er aan ging komen, en wat goed voor mij was. Mijn ouders maakten geen fouten. Op alle vragen had mijn vader een antwoord.

En dan is het verwarrend om op te groeien. Het besef dat de wereld zo groot is, dat er zoveel vragen zijn waar je zelf een antwoord op moet geven, en dat ik blijkbaar de enige ben die niet altijd meteen weet wat de juiste antwoorden zijn. Hoe kan ik met al mijn fouten ooit iets bereiken in deze wereld waar iedereen met succes zo perfect weet wat ie moet doen?

Dat is natuurlijk een fout. Een perceptiefout, want het is niet omdat ik de enige ben die constant naar mijn eigen twijfels en gedachten in mijn hoofd moet luisteren, dat anderen geen twijfels hebben. Alleen hoor ik die niet.

Ik zou hier vandaag een oproep willen doen om meer toe te geven dat we twijfelen, dat we iets niet weten, maar vooral ook dat we fouten maken.

Wij zijn goed in het meten van succes. Ganse departementen op universiteiten en bedrijven houden zich bezig met het opstellen van metrieken voor het meten van kwaliteit. Als een dienst of een product niet voldoet, dan weten we liefst met hoeveel.

Dat leren we al van jongs af aan. Je kan een jaar inspanning samenvatten in één handig cijfer. “Hoe doet Tommy het op school?” “Goed, hij had 84 op zijn laatste rapport.” Zoals ook die sketch in Vaneigens: “Toon uw rapport eens. Godsdienst 10, mooi, Nederlands 10, mooi, Wiskunde 7 mooi, oei, 5 voor gedrag maar?” “Da’s ook maar op 5.” “Ah. Maar zeven op wiskunde dus?” Elk cijfer herinnert ons eraan hoeveel we nog niet hebben gehaald, in plaats van ons eraan te doen denken hoeveel we wel hebben gehaald, hoeveel we hebben bijgeleerd sinds vorig jaar. We moeten dus niet tellen hoeveel er ontbreekt vanaf de tien, maar hoeveel er bijgekomen is vanaf de nul.

Is het trouwens niet raar dat een rapportcijfer zo precies onze fout aangeeft? Een drie op tien is onvoldoende, maar minder onvoldoende dan een één op tien? Kunnen we dan niet beter het Amerikaanse systeem van letters gebruiken, van A over E voor de goede scores, en een F die gewoon “onvoldoende” betekent? Of misschien nog beter: “Nog niet voldoende”. Want het is niet omdat je vandaag iets niet kan, dat je het morgen niet zal kunnen. We zijn nog teveel geneigd om een persoon die een fout maakt te zien als een persoon die fout is. Wie “Switch” heeft gelezen kent waarschijnlijk het voorbeeld van Molly Howard, die directeur werd in een school met zwak presterende kinderen. Eén van de veranderingen die zij doorvoerde is duidelijk maken dat een slechte toets geen slechte leerling betekende, en dat je daarna door een goede herhalingstoets kon bewijzen dat je de leerstof nu wel onder de knie hebt.

De kracht van die verandering is dat ze kinderen doet inzien dat twijfelen en iets nog niet kunnen heel normaal is, dat het een deel van het leren is. Door open over je twijfels te communiceren kan iemand je denkproces volgen en je bijsturen waar het nodig is. Het is belangrijk om dezelfde reden dat je vroeger op je toets van wiskunde de hele bewerking moest opschrijven, en niet enkel de uitkomst: om het verschil te kunnen maken tussen iemand die er niets van begrijpt en een geluk heeft, en iemand die het wel begrijpt maar een rekenfout maakte.

Wie het verhaal van Watson, de IBM-computer die Jeopardy heeft gewonnen, heeft gevolgd, die heeft misschien gezien dat Watson voor elk mogelijk antwoord een “waarschijnlijkheids-indicator” had. Je kreeg zo inzicht in de machine, en je kon zien hoe zeker hij van een antwoord was. Per vraag werd de drempel om een antwoord te geven aangepast: als er veel op het spel stond gaf hij enkel een antwoord als hij heel zeker is, anders kon er al eens een gokje vanaf. Als de antwoorden onder de drempel bleven, deed Watson niet mee. Mijn vader werkt ook ongeveer zo, alleen heeft hij geen drempel: op elke vraag komt een zelfverzekerd antwoord. Dat is trouwens de belangrijkste reden waarom mijn moeder voor hem gevallen is.

Wij hebben dus allemaal zo’n waarschijnlijkheids-indicator in ons hoofd, alleen is die enkel voor ons zichtbaar. En dan raakt ons beeld van de wereld verstoord. Wij weten hoe onzeker we over het antwoord zijn dat we niet geven, dus als iemand anders een antwoord geeft rekenen we er maar op dat die persoon zekerder was en dat ons antwoord fout zou zijn. Maar dat weten we niet, omdat we elkaar geen inzicht durven geven in onze onzekerheden – waardoor we misschien als groep een foute beslissing nemen die ons allemaal de kop kan kosten. We hebben waarschijnlijk allemaal gehoord over de experimenten in groepsdruk van Solomon Asch, waar een proefpersoon een antwoord op een eenvoudige vraag moest geven, maar slechts nadat alle anderen in dezelfde kamer categoriek hetzelfde foute antwoord gaven. Het merendeel begon aan zichzelf te twijfelen en gaf mee het foute antwoord. Het opvallende is dat het voldoende is als slechts één andere persoon een ander, maar evengoed fout, antwoord als de groep gaf, om de proefpersoon het juiste antwoord te laten geven. Als een groep blijft vasthouden aan een foute mening kan jij dus een verschil maken, zelfs al ben je niet helemaal zeker van je eigen mening.

Twijfelen voor je iets doet is één zaak, iets fout doen is nog iets helemaal anders. Maar evengoed deel van het verhaal.

Want wij zeggen hier in Europa en in Vlaanderen wel graag dat we een hyperinnovatieve regio moeten worden, maar dan vergeten we dat het aanvaarden en zelfs verwelkomen van mislukkingen een eerste noodzakelijke stap naar meer innovatie is.

Wie geen fouten wilt maken, zal geen risico’s nemen. Wie geen risico’s wilt nemen, zal geen dingen doen die iemand anders nog niet heeft voorgedaan. Wie geen nieuwe dingen doet, zal niet innoveren.

Als je nog nooit om half negen ‘s avonds pizza voor de familie moest gaan halen omdat je kookkunsten mislukt zijn, dan eet je waarschijnlijk niet gevarieerd genoeg. Als je nog nooit een les of een presentatie hebt gegeven die grandioos misliep, dan ben je waarschijnlijk te saai. Als je nog nooit een mop hebt verteld waar een pijnlijke stilte op volgde, dan zal je nooit stand-up comedian worden.

Een deel van het probleem is dat wij graag de verantwoordelijke van een fout opsporen. Dat krijgt soms meer aandacht dan het zoeken van de echte oorzaak van de fout. In sommige beroepsgroepen is dit een fundamenteel probleem: dokters zullen maar met de grootste moeite een fout toegeven, omdat ze een gigantische schadeclaim vrezen. Toch kunnen we ook hier goede voorbeelden vinden: het netwerk van ziekenhuizen voor oorlogsveteranen in de VS heeft de beste kwaliteitscontrole die er is. De verantwoordelijke hiervoor is James Bagian, een ex-astronaut. Net zijn achtergrond als testpiloot zorgt ervoor dat hij fouten op een heel andere manier bekijkt: een fout is bijna altijd de schuld van een systeem, en een systeem kan verbeterd worden. Als je ziet dat er teveel foute medicatie wordt toegediend, dan heeft het geen zin om aan de verpleegsters te zeggen dat ze beter moeten opletten. Wat wel helpt is het systeem verbeteren: barcodes op medicijnen, checklists maken, en ruimte geven om deze toe te passen.

Er is nog één ding erger dan een fout maken, en dat is een fout niet rapporteren. Om die reden mag een vliegtuigmaatschappij in de VS geen reclame maken met haar veiligheidsscore, want dan zou men wel eens geneigd kunnen zijn om kleine fouten toe te dekken zodat deze later tot grote fouten kunnen leiden. Maar het is maar door een fout te rapporteren dat we het systeem kunnen verbeteren, dat we een extra veiligheid kunnen inbouwen die die fout in de toekomst zal tegengaan.

Je kan dan wel zorgen dat mensen in een bedrijfsomgeving procesfouten rapporteren en we ze kunnen verbeteren, maar wat met fouten in ons persoonlijke leven? Ieder van ons loopt rond met een verhaal waar we liever niet aan herinnerd worden, maar waar we wel zelf nog vaak aan terugdenken. Net omdat we die fouten voor onszelf houden zullen we ze nooit in perspectief kunnen plaatsen, zullen we nooit beseffen dat die gigantische fout van ons in vergelijking met alle andere dagelijkse fouten van de mensen om ons heel eigenlijk niets voorstellen.

En toch is het zo belangrijk dat we naar elkaars fouten luisteren. Het heeft geen zin om te luisteren naar iemand die succes heeft, want er is een goede kans dat je er niets uit zal leren wat je in je eigen leven kan toepassen. Zoals Tolstoy al wist: “Alle gelukkige gezinnen zijn op dezelfde manier gelukkig. Alle ongelukkige gezinnen zijn op hun eigen manier ongelukkig.” Als je dus wilt weten welke fouten je moet vermijden, is het veel zinvoller om te praten met iemand die fouten heeft gemaakt in z’n leven: die weet tenminste hoe ze er uit zien.

Ik heb één grote droom: dat je elk jaar verplicht werd om je grootste fout uit je eigen leven publiek te maken. Per blog, op TV, in de krant, het maakt niet uit. Het zou voor jezelf goed zijn omdat je die steen eindelijk van je hart kan halen. Het zou voor anderen goed zijn omdat ze van je fouten kunnen leren. Maar het zou vooral voor ons allemaal goed zijn omdat we zo beseffen dat we niet de enigen zijn die zo nu en dan al eens een stomme stoot uithalen.

Dus als je niet weet wat doen vanavond, denk dan eens na over je grootste fout. Schrijf het uit, spreek het in, teken het – het maakt mij niet uit. Iedereen hier is actief genoeg op internet om zoiets publiek te kunnen maken. Maar bel misschien ook eens naar je vader om te zeggen dat je z’n trucje eindelijk door hebt.

8 Reacties

  1. Luc Galoppin zegt:

    Weer eens van genoten Jan – dank om dit met de wereld te delen!
    Luc

  2. carine verbelen zegt:

    Gewoon subliem wat je hier neerschrijft. En net zoals Luc zegt, heel erg bedankt om dit met ons te delen.
    Carine

  3. kirk zegt:

    Interessant artikel. Zeker bij het deel over innovatie heb je een punt; voor experimenten (die kunnen falen) staat men niet echt open. Risico is gevaarlijk. Daarom zijn de wasmachines nog altijd dezelfde als in de jaren ’60 (met wat extra opties die niemand gebruikt).

  4. Bert Heymans zegt:

    Damn, ik kijk nu sterk uit naar de opname van je talk :) Ik ben helemaal mee in je verhaal. Fouten publiek (durven) maken moeten veel mensen ook echt leren trouwens. Net zoals Kirk, +1 op het punt over innovatie in Europa/Vlaanderen.

  5. Toon zegt:

    Inderdaad, al van in de lagere school is succes het allerbelangrijkste. Dat dat dan gemakkelijke, risicovrije en voorspelbare successen zijn doet niet ter zake. En dan vragen wij ons af waarom we zo weinig ondernemers hebben.
    Naar ‘t schijnt heeft Edison 10.000 materialen geprobeerd eer hij de juiste gloeidraad voor z’n lamp gevonden had. In onze succescultuur zouden we hem uitlachen.

  6. Christophe Lambrechts zegt:

    Een kleine opmerking, de punten in scholen zijn gelukkig in die vorm dat ze aangeven wat je juist had. Jammer genoeg is de formulle om te bereken hoeveel je fout had zo simpel…
    Trouwens de man die we hier voor moeten bedanken is: http://en.wikipedia.org/wiki/William_Farish_(professor) .
    Thom Hartmann’s Complete Guide to ADHD pp.189-195 vatten het een en ander geschiedkundig samen. Heb hier een pdf uitreksel liggen voor de geïnteresseerden, of je kan ook Googlen. Veel over geschreven.

  7. Fery zegt:

    Zeer boeiende post Jan.

  8. Anne zegt:

    Het inspireert me. En de ‘publieke bekentenis’ komt eraan.
    Dank je wel.

Laat een reactie achter