Ik denk dat ik alle supernannies, dokters Spock en Peters Adriaensen kan vervangen door één eenvoudige opvoedregel: als ik het grappig vind, mag het waarschijnlijk niet.
Ik merk het als ik tijd doorbreng met mijn kleine nichtje. Johanna heet ze, twee jaar is ze op de wereld, en vanalles steekt ze uit. Mij kent ze als OnkieAn, want haar ouders lijken haar te hebben wijsgemaakt dat “nonkel Jan” één woord is. Haar moeder is pedagoge, haar vader burgerlijk ingenieur, volgens de statistieken staat dit kind een stralende toekomst te wachten. Maar soms gebeurt het dat de ene in de keuken en de andere op het einde van de tuin staat, en OnkieAn alleen met de kleintjes achterblijft (meervoud, want er is ondertussen ook een Rosanne bijgekomen – een geluk dat zij op zes maanden nog niet te mobiel is). Hoe moet je dan reageren wanneer het kind iets doet wat misschien niet zou mogen? Als het moet terechtgewezen worden moet het snel gebeuren, want op twee jaar heb je nog het geheugen van een goudvis en is het verband tussen oorzaak en gevolg snel weg. Maar nog belangrijker dan snel zijn is consistent zijn, want Pavlov kreeg zijn honden ook niet van de eerste keer zo zot. Kinderen zijn feilloos in het ontdekken van verschillen in beoordelingen door verschillende volwassenen, en schrikken er niet voor terug om deze meedogenloos uit te buiten.

Beseft ze wel wat wij allemaal voor haar doen? Misschien beter van niet.
Maar wacht, welk opvoedingstraject wordt hier met deze kinderen bewandeld? Daar hebben we het in de familiekring nog niet zoveel over gehad! Is het de klassieke opvoeding zoals mijn grootmoeder die toepaste? Waarbij ze mijn meter op haar vijfenveertigste nog berispte dat ze nu nog steeds geen fatsoenlijke job, of nog erger, geen fatsoenlijke man gevonden had? (Ondertussen staat het 1-1: ze is ambtenaar geworden (punt voor Bomma), en als we de ex-vrouwen van haar vroegere lieven mogen geloven heeft ze er goed aan gedaan er zelf niet mee te trouwen (punt voor Marleen).) Of gaan ze voor de vrije opvoeding zoals mijn nonkel Luc, pedagoog uit het Leuven van ’68, die zijn kinderen nooit strafte? (Tot afgrijzen van zijn oudste zuster, die ondertussen wel moet toegeven dat het nog niet zo slecht met de kinderen is afgelopen. Minder goed dan die van haar uiteraard, maar toch zeker niet slecht.) Of de erg zachte hand van mijn grootvader, die, toen hij op een ochtend de gigantische kras in de auto ontdekte die mijn moeder er de avond tevoren in had gezet bij het wegrijden van de jongerenmis, haar wekte met een rustig “Kinneke?”, niet kwaad werd, maar enkel vroeg dat ze dit in het vervolg zelf kwam vertellen? (Vandaar dat mijn moeder nooit een omniumverzekering neemt: “wie een fout maakt moet er zelf maar voor opdraaien!” De afgelopen twee jaar heeft ze achtereenvolgens onder de garagepoort en in een linkerflank gezeten.) Of gaan ze voor de manier waarop ook wij zelf zijn opgevoed? En welke was dat dan weer? Ik herinner mij maar twee dingen: “Wie weent krijgt kletsen bij”, wanneer we te wild aan het fikfakken waren (voor echte ruzies waren we te lui), en dat ik één keer in de hoek heb gestaan omdat ik zelf mijn haar had geknipt. Echt streng kun je dat dus niet noemen, zeker niet in vergelijking met mijn huidige huiselijke leven. (Grapje! Ik lig niet onder de sloef! Denk ik toch. Even aan Katrien vragen.)
In de wildernis kan je enkel op jezelf terugvallen, en dat deed ik dus ook hier. Ik dacht na: ben ik ooit in dezelfde situatie geweest, en heb ik er toen iets uit geleerd? Ik zou niet willen dat ik het kind afleer dingen uit te proberen, dus exploratie voorop! Toen ze de bloemetjes van de planten aftrok dacht ik zelf aan die keer dat ik in het eerste middelbaar de bladeren van de vetplantjes op de vensterbank naast doorknipte, en de volgende dagen gefascineerd het proces volgde waarmee de plant zichzelf genas van deze externe aanval. Ik herinnerde me meer van die plant dan van de lessen, dus planten molesteren mag. Goed zo Johanna!
Blijkbaar niet dus. Toen Martien binnenkwam bleek de regel verfijnder te zijn: buiten mogen de bloemetjes wel geplukt worden, binnen niet. En zeker niet de plantjes van oma. Tenzij ze die zelf met jou gaat plukken (en er al eens per ongeluk er een giftige tussen zit). Maar goed, zij is de pedagoge, dus ik heb geleerd.
De volgende keer zaten we gezellig aan tafel. Daar bloedt mijn vegetariër-hart altijd als Johanna enthousiast het vlees rond haar groeten uit eet en nog meer bij vraagt – en zelfs krijgt van die carnivorenfamilie! Ze eet met veel plezier (toch zeker als ik er langs zit), maar soms met te veel. Zo ook toen ze met haar soep aan het spelen was, en die niet enkel inslikte maar ook weer uitspuwde op haar slabbetje. Nou, dacht ik, dit kan niet de bedoeling zijn: er zit veel liefde in die soep, en ook heel wat energie, dus die verspillen is geen goede zaak. En vies bovendien. Maar ook hier was ik fout: “het kind is nog maar twee jaar, dan mag dat nog.” Nou moe.
Dus, bij deze kondig ik het aan: zelf kinderen opvoeden, ik geef het op. En gelukkig kan ik dat. Katrien is gediplomeerd onderwijzeres (van een katholieke school, niet van die vrijzinnige onzin), zij weet dus hoe kinderen grootgebracht moeten worden. Als ik later een moment alleen thuis ben met de kinderen hou ik mooi bij wat ze doen, en leg het later aan haar voor. “Pas op met wat jullie nu doen, want de papa schrijft het allemaal op, en als de mama thuis is zal ze er een rapport van krijgen en indien nodig de gepaste maatregelen treffen!” De blokken niet opgeruimd, tomatensaus tegen de muur, lucifers aan de gordijnen, schroevendraaiers in de zekeringkast: ik leg het vast, op Google Docs, Flickr en YouTube (dat het later niet mijn woord tegen het hunne is), en laat de deskundige terzake oordelen wat wel en wat niet mocht. En ondertussen kan papa zich rustig in zijn werkkamer terugtrekken en verder met de Lego spelen. Ieder zijn specialiteit!
Mijn invalshoek in deze is; “het hele minder verhaal overlaten aan anderen”.
weer een prachtig staaltje woordkunst.
Volgens mij word jij een prima vader hoor Jan!
Ok, commenten vanuit je bed vanop je smartphone is dus niet zo’n slim idee. minder moet dus kinder zijn.
Ik kan het mij al helemaal voorstellen
Kinderen van andere zijn facinerend, maar je eigen kinderen? Dat is met geen woorden te beschrijven.